Trekken / Duwen

Ontdek de wetgeving

Beoordeel de werkplek

Maak de werkplek ergonomisch

Informeer je werknemers over goede houdingen

Ontdek welke impact werkbeleving kan hebben

Hulp nodig?

Ontdek de wetgeving

Risico-evaluatie

Voer als werkgever steeds een risicoanalyse uit wanneer je werknemers regelmatig een last moeten duwen of trekken. Begin met de mogelijke risico’s in kaart te brengen. Hou daarbij rekening met het gewicht, de verplaatsingsafstand, de toestand van de ondergrond … In de rubriek ‘Beoordeel de werkplek’ vind je enkele vragen die je op weg kunnen helpen.

Structurele maatregelen

Bestaat er een risico op overbelasting dan neem je als werkgever best de nodige maatregelen om dit risico te vermijden of te beperken. Dit kunnen zowel technische als organisatorische maatregelen zijn.

Opleiding en instructie

Na de realisatie van de structurele maatregelen, voorzie je best een praktische opleiding of instructies. Zo leren je werknemers hoe ze hun werkomstandigheden én hun eigen handelen zelf kunnen optimaliseren (zie ‘Informeer de werknemers over goede houdingen’).

Gezondheidsbeoordeling

Voor een werknemer van start gaat in zijn nieuwe functie waarin regelmatig een last geduwd of getrokken moet worden, moet hij een voorafgaande gezondheidsbeoordeling ondergaan. Dit onderzoek dient nadien periodiek herhaald te worden (3-jaarlijks voor een werknemer jonger dan 45 jaar en jaarlijks voor een werknemer ouder dan 45 jaar).

Heb je interesse in de bijbehorende wetgeving ? Je vindt ze terug in de Codex Boek VIII Titel 3 – Manueel hanteren van lasten. Je kan deze tekst raadplegen op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Beoordeel de werkplek

Je kan een goed overzicht krijgen van het ergonomische risico bij trekken en duwen van een last door de risicofactoren in kaart te brengen (ISO 11228-2). Onderstaande vragen kunnen je alvast op weg helpen om de gezondheidsrisico’s in te schatten:

  • Wordt er frequent of sporadisch gestopt?
  • Is de manoeuvreerruimte krap of voldoende groot?
  • Gebeurt het openen van de deuren manueel of automatisch?
  • Zijn er obstakels of is de doorgang vrijgemaakt?
  • Is de verlichting slecht of voldoende?
  • Is de vloer beschadigd of in goede staat ?
  • Zijn er hellingen (> 5°) of is het eerder vlak?
  • Gaat het om een strak werkritme of is het werkritme aangepast aan de taken?

Met bovenstaande vragen heb je zicht gekregen op de ergonomische knelpunten. En nu? In de rubrieken ‘Maak de werkplek ergonomisch’ en ‘Informeer de werknemers over goede houdingen’ vind je enkele oplossingen.

Maak de werkplek ergonomisch

Je kent nu de ergonomische struikelblokken door de vragen bij ‘Beoordeel je werkplek’ te beantwoorden. Ga in de eerste plaats op zoek naar oplossingen voor meer ergonomische werkomstandigheden. Hoog tijd om inspiratie op te doen.

Automatiseer het transport

Is het trekken/duwen door de belading of de omgevingsfactoren (helling, ondergrond …) zeer belastend, voorzie dan een transportmiddel met aandrijving. Het transport van een zware pallet zal eenvoudiger verlopen via een transpallet met elektrische aandrijving. Verloopt enkel het starten moeilijk, dan kan een transpallet met starthulp ook al voldoende zijn. Ook gewone karren kunnen uitgerust worden met een aandrijving.

Mechanische transportkar met kisten op het platform.

Optimaliseer de kar

Diameter wielen

De diameter van de wielen wordt bepaald door de soort verplaatsing. Moet je regelmatig starten en stoppen met de kar, kies je best voor een kar waarvan de wieldiameter kleiner is (+/- 125 mm). De start- en stopkrachten zijn dan lager. Naarmate de verplaatsingsafstand toeneemt, gebruik je een grotere wieldiameter. Ook de ondergrond speelt een belangrijke rol. Moet je regelmatig over een oneffen ondergrond rijden, neem dan wielen met een grotere diameter. Deze blijven minder snel steken in de oneffenheden.

Dit is een slecht voorbeeld. Er staat een rood kruisje op de afbeelding. Er is te zien hoe het wiel van een transportkar blokkeert tussen twee oppervlaktes in.

Opstelling wielen

De opstelling van de wielen heeft een effect op twee belangrijke aspecten tijdens het transport: de wendbaarheid en de baanvastheid.

  • Als je kar goed manoeuvreerbaar moet zijn (bijvoorbeeld zijdelings, ook lateraal genoemd), kies dan een kar met 4 zwenkwielen. Opgelet: dergelijke kar is in bochten minder goed te controleren en op lange rechte stukken minder baanvast.
  • Als je de kar over langere afstanden moet verplaatsen, kies dan voor een kar met 2 vaste én 2 zwenkwielen. Alternatieve opstellingen (zie schetsen) zijn ook mogelijk.

Dit schema illustreert vier mogelijke opstellingen: ofwel 4 zwenkwielen, ofwel 2 zwenkwielen aan de ene kant en 2 vaste wielen aan de andere kant, ofwel 4 zwenkwielen en 1 richtingswiel, ofwel 2 zwenkwielen en 2 vaste wielen die opgesteld zijn in een ruit.

Correct onderhoud

Een goed onderhoud van de wielen is nodig voor een optimale functionaliteit van de kar. Anders gaan de wielen problemen en defecten vertonen, wat het transport onnodig zwaar maakt.

Handvaten

De handvaten zorgen ervoor dat het transportmiddel in een correcte houding kan verplaatst worden.

  • Verticale handvaten genieten de voorkeur, met een hoogte van minimum 930 tot 1240 mm, en met een schouderbreedte afstand. Zo kunnen zowel kleine als grote operatoren het transportmiddel op een voorkeurshoogte bedienen.

    Een werknemer houdt een transportkar waarop dozen staan vast via verticale handvaten.

  • Kies je voor een horizontaal handvat, dan bevindt dat zich best op 1070 à 1120 mm hoogte.

    Een werknemer trekt aan een transportkar met horizontale handvaten.

  • Gebruik handschoenen voor een betere grip.

Hoogte kar

De hoogte van de kar is best niet meer dan 1m45 om een goed zicht te hebben. Bij een hogere kar heb je de neiging om te trekken en boven de schouderhoogte te tillen, waardoor je een ergonomisch minder optimale werkhouding aanneemt. Wanneer er veel gestapeld moet worden, is een lage kar aangewezen.

Op deze afbeelding is te zien hoe een werknemer een lage kar gebruikt om zware lasten, in dit geval bakstenen, te verplaatsen.Op deze afbeelding is te zien hoe een werknemer een kar met supermarktproducten vooruit rolt.

Optimaliseer de omgeving

Vrije route

Maak het parcours zo goed mogelijk vrij voor en tijdens het intern transport. Verwijder obstakels van interne transportroutes, voorzie automatische toegangspoorten of -deuren …

Aanpassingen of reparaties

Repareer of pas gaten, scheuren of goten in de ondergrond van de interne transportroutes aan.

Natuurlijke verlichting

Zorg voor zo veel mogelijk natuurlijke verlichting. Lukt dat niet, voorzie dan voldoende kunstmatige verlichting van goede kwaliteit.

Informeer je werknemers over goede houdingen

Als werkgever moet je de werknemers informeren over hoe ze zelf de fysieke belasting van hun werk kunnen beperken (Art. VIII.3-7). Hieronder geven we alvast enkele tips voor je werknemers:

Optimaliseer de omstandigheden

Trekken en duwen kan door verschillende factoren heel wat van je lichaam vergen. Hoewel je als werknemer zeker niet op alle factoren een invloed kan hebben, ga je best op zoek naar mogelijkheden om het trekken/duwen lichter te maken. Enkele tips:

  • Vermijd obstakels op je traject

    Obstakels maken dat je veel intensiever moet manoeuvreren of regelmatiger moeten stoppen en weer starten.

  • Duwen is beter dan trekken
    • Je moet minder draaien met je romp ten opzichte van een trekbeweging.
    • Je gebruikt je eigen lichaamsgewicht.
    • Je buikspieren doen meer hun werk wanneer je een last voor je uit duwt.

    Een werkneemster rijdt via een transportkar een ziekenhuisbed op wieltjes voor haar uit.Een werknemer duwt een kar met dozen voor zich uit door deze aan verticale handgrepen vast te houden.

  • Stapel niet te hoog

    Zo heb je steeds voldoende zicht voorwaarts. Heb je je kar te hoog gestapeld, dan kan je ze niet meer op een comfortabele en veilige manier duwen.

    Op deze afbeelding is te zien hoe een werknemer een kar met supermarktproducten vooruit rolt.

  • Gewicht van de last

    Bij een manuele stapelwagen voor ladingen onder de 300 kg blijft het risico op arbeidsongevallen beperkt. Vanaf 500 kg neemt dit risico sterk toe.

  • Bepaal op voorhand de ideale ‘reisweg’

    De meest ergonomische reisweg is niet noodzakelijk de kortste. Je houdt best rekening met factoren zoals de ondergrond (gaten, hellingsgraad, …), obstakels (deuren, goten, …), de (scherpe) bochten die je moet nemen, …

  • Verplaats zware lasten per twee of met een hulpmiddel

    Op deze afbeelding is te zien hoe twee werknemers samen een zware en grote drankautomaat verplaatsen met een kar.

  • Controleer de kar op mogelijke defecten en communiceer dit naar je leidinggevende.

Optimaliseer je eigen handelen

Laden kar

  • Vermijd overlading om het zicht op de verplaatsingsroute te vrijwaren.
  • Manoeuvreren lukt beter als je de lading niet boven de draaiwielen concentreert.

Kar in beweging brengen

  • Zorg dat je steeds aan de kant van de zwenkwielen staat. Zo verloopt het manoeuvreren veel efficiënter en met minder kracht.
  • Sta stabiel en in evenwicht.
  • Gebruik steeds 2 armen zodat schouders en rug symmetrisch worden belast.
  • Zet de kar niet met een bruuske, krachtige beweging in gang. Hanteer de 3 seconden-regel: bouw de kracht gedurende drie tellen op.
  • Ga naar voren hangen als je duwt en naar achteren als je trekt. Hierdoor zet je je lichaamsgewicht efficiënt in.
  • Draag werkhandschoenen voor meer grip.

Rijden met kar

  • Duw en draai nooit tegelijk, doe of het één of het ander.
  • Laat de kar nooit om je heen draaien, dit veroorzaakt een rotatie in je rug. Loop zelf om de kar heen en neem de kar in die beweging met je mee.
  • Trek of duw in een gematigd en rustig tempo, haast je niet.

Ontdek welke impact werkbeleving kan hebben

Onderzoek toont aan dat werknemers die een hoge werkdruk en weinig autonomie ervaren, en op weinig steun van collega’s en leidinggevenden kunnen rekenen een hogere kans hebben om lichamelijke klachten te ontwikkelen. Psychosociale factoren spelen dus ook een rol in de ontwikkeling van lichamelijke klachten. Voor meer informatie, ga naar het thema Psychosociale risico's (PSR) op BeSWIC (Belgisch kenniscentrum over welzijn op het werk).

Wat kan je doen als werkgever?

Verlaag de werkdruk

Hoge werkdruk is een oorzaak van overspanning en stress, wat tot lichamelijke klachten kan leiden. Neem volgende stappen:

  • Pik de signalen vroegtijdig op. Let op vermoeidheid, te veel overwerk of deadlines die niet gehaald worden.
  • Geef je werknemers de ruimte om een goede planning op te stellen. Zorg dat ze prioriteiten bepalen en hun taken spreiden.
  • Geef je werknemers de ruimte om ‘neen’ te zeggen als ze het al druk hebben.
  • Denk niet te vlug: ‘dit is van voorbijgaande aard’ wanneer het werktempo hoog ligt.
  • Las na een drukke periode een rustige periode in.
  • Voeg voldoende pauzes in. Zo onderbreek je intensieve werkperiodes. Moedig iedereen aan om de middagpauze te nemen en geef zelf het goede voorbeeld.
  • Zorg voor afwisseling in het takenpakket. Dat maakt dat je werknemer kan kiezen tussen een veeleisende en een minder belastende taak.
  • Bevorder de samenwerking tussen collega’s. Zo staan ze er niet alleen voor en wordt de druk verdeeld.
  • Bespreek de werkdruk regelmatig tijdens overlegmomenten. Pols of je werknemer het werk nog aankan. Ga samen op zoek naar oplossingen.

Zorg dat collega’s hun werk zelf organiseren

Stress verlaagt wanneer werknemers hun eigen werk kunnen plannen, hun eigen opdrachten kunnen kiezen, hun manier van werken kunnen variëren, … Men noemt dit autonomie.

Pols of je werknemers nood hebben aan meer autonomie. Bespreek op welke momenten ze zelf beslissingen willen nemen en wanneer ze liever willen dat er van hogerhand beslist wordt. 

Verhoog de steun van collega’s en van de leidinggevende

  • Zorg voor een collegiale sfeer op het werk. Stimuleer bijvoorbeeld informele babbels op de werkvloer door samen te lunchen. Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Moedig je werknemers aan om elkaar te helpen en hulp te vragen indien nodig.
  • Zorg dat geschillen uitgesproken worden. Zo vermijd je conflictsituaties.
  • Zorg ervoor dat je werknemers zich gewaardeerd voelen door een compliment te geven wanneer ze goed werk geleverd hebben.

Hulp nodig?

In de eerste plaats kan je intern hulp vragen aan je medewerkers. Gesprekken met mensen van verschillende afdelingen / teams kunnen helpen om problemen aan het licht te brengen en om samen oplossingen te vinden, zodat de arbeidsomstandigheden verbeterd kunnen worden.

Verder zijn er verschillende tools gratis beschikbaar om u te helpen:

Publicaties

Publicaties op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg:

Filmpje

Filmpje van Napo op YouTube: Napo in... vertil je niet!

Websites

Voor meer informatie of voor ondersteuning bij het uitvoeren van preventieve acties kan je terecht bij je externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg staat een overzicht van de erkende externe diensten.


Afbeeldingen

Copyright PREVENT voor de meerderheid van de afbeeldingen.