Langdurig zitten

Ontdek de wetgeving

Beoordeel de werkplek

Maak de werkplek ergonomisch

Informeer je werknemers over goede houdingen

Ontdek welke impact werkbeleving kan hebben

Hulp nodig?

Ontdek de wetgeving

Algemeen

Zitten komt voor bij heel wat arbeidstaken (zoals inpakken, assembleren, laboratoriumonderzoek, administratief werk, …).

Er is geen specifieke wetgeving over langdurig zitten. In de Welzijnswet staat algemeen beschreven dat het werk moet aangepast zijn aan de werknemer, wat betreft de inrichting van de werkpost en keuze van de werkuitrusting (wet welzijn op het werk, 1996, artikel 5.1).

Groep van 4 werknemers achter bureaus met schermen en toetsenborden. 3 arbeiders zitten, 1 arbeider staat recht. De tafels staan niet allemaal op dezelfde hoogte.

Beeldschermwerk

Voor werken met beeldschermen bestaat er wel specifieke Belgische wetgeving (deze wetgeving kan je vinden in de Codex over het welzijn op het werk, Boek VIII, Titel 2 – Beeldschermen). Hierin staat dat alle mogelijke risico’s van langdurig beeldschermwerk in kaart moeten worden gebracht en geëvalueerd moeten worden (= uitvoeren van een risicoanalyse). Deze risicoanalyse  moet de werkgever om de 5 jaar uitvoeren.

Bestaat er een risico op overbelasting, dan ben je als werkgever verplicht om de nodige maatregelen te nemen om dit risico te vermijden of te beperken. Geen idee hoe eraan te beginnen? Geen nood, we leggen je stap voor stap uit hoe je dit kan aanpakken.

Begin met structurele maatregelen zoals goed kantoormeubilair. De wetgeving beschrijft aan welke minimumvereisten deze moeten voldoen. Lees er meer over in ‘Maak de werkplek ergonomisch’).

Vervolgens informeer je jouw werknemers. Als het mogelijk is, zorg je ook voor de nodige opleiding over het correct en ergonomisch gebruik van hun werkpost. Voor concrete tips, ga je naar ‘Informeer je werknemers over goede houdingen’.

Beeldschermwerkers moeten niet langer verplicht op periodiek medisch onderzoek bij de arbeidsarts. Zijn er toch werkgerelateerde gezondheidsproblemen, dan kan je werknemer wel nog steeds terecht bij de arbeidsarts voor een aangepaste gezondheidsbeoordeling. Als werkgever ben je verplicht de werknemers hiervan op de hoogte brengen. Meer informatie over de taken van de arbeidsarts, vind je op BeSWIC (Belgisch kenniscentrum over welzijn op het werk).

Beoordeel de werkplek

Langdurig zittend werken

Als werkgever zorg je voor een comfortabele zittende werkplek (zie de Codex over het welzijn op het werk, Boek VIII, Titel 1 – Werkzitplaatsen en rustzitplaatsen). Soms is het beter om het werk staand of afwisselend zittend en staand uit te voeren. Dan is een sta- of een zit-stawerkplek aangewezen. Maar hoe bepaal je nu wat de juiste werkplek is? Onderstaande vragen en het handige schema kunnen je op weg helpen.

  1. Moet je werknemer langere tijd ter plekke werken (niet mobiel werken) of zich vaak verplaatsen (mobiel werken)?
  2. Moet je werknemer precisiewerk, licht werk of zwaar werk (met zwaardere voorwerpen of met grote kracht) uitvoeren?
  3. In het geval van licht werk: moet je werknemer dit werk continu uitvoeren of niet?

Deze afbeelding illustreert de vragen die hierboven gesteld zijn via een schema. De aanvullingen door het schema zijn opgenomen in de vragen. Vraag 1: moet je werknemer langere tijd ter plekke werken (niet mobiel werken is meer dan 3 min. ter plekke) of zich vaak verplaatsen (mobiel werken is minder dan 3 min.)? Vraag 2: moet je werknemer precisiewerk (kleiner dan 3 cm), licht werk (minder dan 3 kg), of zwaar werk (meer dan 3 kg) met zwaardere voorwerpen of met grote kracht uitvoeren? Vraag 3: in het geval van licht werk: moet je werknemer dit werk continu uitvoeren of niet?

Werkhouding

Met een correct ingerichte werkpost kan jouw werknemer een goede werkhouding aannemen, zodat MSA vermeden kan worden. Zie je toch regelmatig één van onderstaande werkhoudingen, ga dan op zoek naar de oorzaak. Stel je hierbij alvast de volgende vragen:

Werknemer staat met een gebogen romp of nek

  • Kan je werknemer de taken op een correcte werkhoogte uitvoeren?
  • Moet je werknemer regelmatig ver reiken?
  • Heeft je werknemer een goed zicht op het werkstuk?

Werknemer staat met een geroteerde of zijwaarts gebogen romp

Kan je werknemer gemakkelijk aan het materiaal dat hij nodig heeft of moet hij hierbij regelmatig ver zijwaarts reiken?

Werknemer staat met voorwaarts of zijwaarts gestrekte armen

  • Moet je werknemer regelmatig of langdurig ver reiken naar voor of naar opzij?
  • Worden de voornaamste handelingen dicht bij je werknemer uitgevoerd?

Visuele belasting

Bij beeldschermwerk kunnen ook de ogen overbelast geraken: enerzijds door langdurig te kijken op het scherm en anderzijds door storende omgevingsfactoren (zoals sterk zonlicht). De volgende vragen kunnen je helpen om het risico op oogbelasting te beoordelen:

  • Is het werkvlak voldoende verlicht?
  • Wordt je werknemer niet verblind door binnenvallend daglicht of kunstverlichting?
  • Beschikt je werknemer met oogproblemen over een correcte bril, eventueel een bril voor intensief beeldschermwerk?

Met bovenstaande vragen heb je zicht gekregen op de ergonomische knelpunten. En nu? In de rubrieken ‘Maak de werkplek ergonomisch’  en ‘Informeer de werknemers over goede houdingen’  vind je enkele oplossingen die jou als werkgever in staat stellen om het risico op fysieke belasting te verlagen.

Maak de werkplek ergonomisch

Basisprincipes bij langdurig zittend werken

Een goede werktafel

Bepaal in welke houding er gewerkt moet worden

Bepaal allereerst in welke houding een bepaalde taak best uitgevoerd wordt. Zo voer je een taak die veel kracht vergt (bijvoorbeeld ruwe assemblage) of waarbij je je veelvuldig moet verplaatsen (bijvoorbeeld afwerken patisserie waarbij men telkens een plateau gaat afwerken en verzetten) best niet zittend uit. Staand kun je veel meer kracht inzetten en is het makkelijker om je te verplaatsen.

Een taak die niet veel kracht vergt maar met heel wat precisie uitgevoerd moet worden, wordt best steeds zittend uitgevoerd (zoals een horlogemaker). Maar langdurig in dezelfde houding zitten, is ook belastend voor je lichaam. Bij lichtere taken die niet te veel precisie vergen (zoals manueel inpakken), kies je daarom best voor een zit-stawerkplek. Hierbij staat het werkblad op stahoogte én voorzie je een hoge stoel (inclusief hoge voetensteun). Zo kan je werknemer afwisselen tussen zittend en staand werken. Onderstaand schema biedt je een mooi overzicht:

Deze afbeelding illustreert de vragen die hierboven gesteld zijn via een schema. De aanvullingen door het schema zijn opgenomen in de vragen. Vraag 1: moet je werknemer langere tijd ter plekke werken (niet mobiel werken is meer dan 3 min. ter plekke) of zich vaak verplaatsen (mobiel werken is minder dan 3 min.)? Vraag 2: moet je werknemer precisiewerk (kleiner dan 3 cm), licht werk (minder dan 3 kg), of zwaar werk (meer dan 3 kg) met zwaardere voorwerpen of met grote kracht uitvoeren? Vraag 3: in het geval van licht werk: moet je werknemer dit werk continu uitvoeren of niet?

Bepaal de werkhoogte

Nu je weet in welke houding de taken uitgevoerd moeten worden, kan je de aangewezen werkhoogte bepalen. Hiervoor kijk je opnieuw naar het soort taak dat je moet uitvoeren. Deze aanbevelingen gelden zowel voor zittend als staand werk.

  • Wanneer je taak met veel precisie uitgevoerd moet worden, bevindt het werkblad zich best op dezelfde hoogte als de elleboog of zelfs 5 à 10 cm hoger (A).
  • Is precisie niet nodig en/of moet je meer kracht inzetten, bevindt het werkblad zich best 5 à 10 cm onder de elleboog (B).
  • Bij echt zware taken, die je best staand uitvoert, is de aangewezen hoogte van het werkblad ongeveer 20 cm onder de elleboog (C).

De afbeelding verwijst naar de situaties A, B en C, waarin de werktafel telkens op een andere hoogte staat, aangepast aan de verschillende werktaken (precisietaak, krachtiger werk of zwaar werk).

Zorg voor voldoende beenruimte

Voldoende vrije beenruimte onder het werkblad draagt bij tot een goede werkhouding. De vrije beenruimte bedraagt:

  • in de diepte
    • minstens 60 cm ter hoogte van de knieën
    • 80 cm ter hoogte van de voeten.
  • in de breedte
    • minstens 85 cm, zodat je gemakkelijk kan bewegen of van houding veranderen.

Het werkblad (inclusief het kader) is best niet dikker dan 10 cm, zodat je werknemer de stoel op een correcte hoogte kan plaatsen zonder de benen te knellen.

Dit schema representeert alle afmetingen die in de tekst "zorg voor voldoende beenruimte” vermeld staan.

Bepaal de gepaste reikafstand

Voor een comfortabele werkzone (en een goede houding van romp en schouders), moet de opstelling van de werkpost rekening houden met de frequentie van bepaalde handelingen.

  • Handelingen die zeer frequent of continu moeten uitgevoerd worden: dicht bij de werknemer (reikafstand < 30 cm).
  • Minder frequente handelingen: reikafstand mag iets groter zijn (reikafstand < 45 cm).

Zo kan de werknemer werken in een houding die beter is voor zijn rug en zijn schouders.

Het schema illustreert via verschillende kleurzones, van donker naar licht, de geschikte reikafstand per aard van de werktaak: van dichtbij de persoon voor continu werk, vervolgens frequent werk en tenslotte incidenteel werk. Hier mag de reikafstand groter zijn. Dit is de lichtste kleur.

Een goede werkstoel

Hoe ziet die er uit?
  • A. Zitvlak: verstelbaar in hoogte en diepte.
  • B. Rugleuning: verstelbaar in hoogte.
  • C. Dynamisch systeem: het zitvlak en de rugleuning kunnen flexibel bewegen en volgen de bewegingen van de gebruiker. Dit systeem is instelbaar volgens het lichaamsgewicht van de gebruiker.
  • D. Voorzien van wielen zodat de werkstoel eenvoudig en correct aan het werkblad kan geplaatst worden.

Op deze afbeelding is een persoon te zien die neerzit op een goede bureaustoel met een A. dynamisch en verstelbaar zitvlak, met B. een dynamische en verstelbare rugleuning, met C. het dynamisch systeem en met D. de wielen. De letters verwijzen naar de voorgaande tekst.

Enkele voorbeelden
  • Kapper

    Op deze afbeelding is een kapper te zien die op een goede werkstoel, een kruk met wieltjes die in hoogte kan worden versteld, het haar van een klant knipt.  

  • Kassa

    Deze afbeelding illustreert een kassamedewerker die op een goede werkstoel, met aanpasbare armleuningen, zijn werk aan de kassa kan uitvoeren. Zijn armen zijn geplooid in een hoek van 90 graden.Deze afbeelding illustreert een kassamedewerker die op een goede werkstoel, met wielen en in hoogte verstelbaar, zijn werk aan de kassa kan uitvoeren. Zijn armen zijn geplooid in een hoek van 90 graden.

  • Kinderopvang

    Op deze afbeelding is te zien dat een kinderverzorgster op een stoel zit met wielen, ook de kinderen zitten rond haar, in een halve cirkel, aan tafeltjes en stoelen op wielen.

  • Vrachtwagen

    Op deze afbeelding is te zien hoe een vrachtwagenchauffeur zit in zijn autostoel met zijn handen op het stuur. Op de afbeeldingen is een illustratie van een ruggengraat toegevoegd ter hoogte van de ruggengraat van de bestuurder. Een groene pijl toont de holte in de rug, die tegen de rugleuning leunt.Op deze foto is te zien hoe een vrachtwagenchauffeur, zittend op zijn stoel, de hoogte hiervan kan aanpassen. Een dubbele groene pijl illustreert dat zijn stoel van boven naar onder verplaatst kan worden.

Wat met een zit-stawerkplek?

Zorg voor een verhoogde werkstoel. Een voetenring verhoogt het zitcomfort, maar biedt onvoldoende steun om als permanente voetensteun te gebruiken. Voorzie daarom een geschikte voetensteun.  

4 krukken op wieltjes, die in hoogte verstelbaar zijn. De stoelen zijn anders. Een van de krukken heeft een kleine rugleuning en een voetsteunbalk, een andere kruk heeft een voetsteun.

Wat bij onvoldoende vrije beenruimte onder het werkblad?

Dan kan een zadelstoel of een stasteun helpen. Hiermee nemen de benen minder plaats in en kan je werknemer goed plaats nemen aan het werkblad. Die ondersteuning kan echter minder comfortabel zijn. Focus daarom eerst op het optimaliseren van de vrije beenruimte. Meer weten? Check ‘Een goede werktafel’.

Er zijn twee krukjes afgebeeld, waarvan de rugleuning als handvat gebruikt kan worden.

Beeldschermwerk

Een goede werkplek

De minimumvereisten voor het inrichten van een beeldschermwerkplek staan beschreven in de wetgeving (Codex over het welzijn op het werk, Boek VIII, Titel 2 – Beeldschermen). Het woord zegt het zelf: ‘minimumvereisten’. Verdere aanbevelingen zijn dus nodig. In de Europese norm NBN-EN 1335 vind je alle aanbevelingen. We vatten kort samen waaraan je bureaustoel en je werktafel moeten voldoen.

Bureaustoel

Minimumvereisten
  • Stabiel
  • Voldoende bewegingsvrijheid
  • Zitvlak: verstelbaar in hoogte
  • Rugleuning: verstelbaar in hoogte en verstelbare hellingshoek
  • Voetensteun: indien nodig
Extra aanbevelingen
  • A. Zitvlak: verstelbaar in hoogte en aanpasbare zitdiepte.
  • B. Open heuphoek: bij het zitten komen de heupen iets hoger dan de knieën, wat voor een optimale rughouding zorgt.
  • C. Rugleuning: verstelbaar in hoogte en biedt goede steun in de lage rug. De rugleuning mag niet te breed noch te hoog zijn voor de bewegingsvrijheid van de schouders en armen.
  • D. Dynamisch systeem: het zitvlak en de rugleuning kunnen flexibel bewegen en volgen de bewegingen van de gebruiker. Dit systeem is instelbaar volgens het lichaamsgewicht van de gebruiker

Op deze afbeelding is een persoon te zien die neerzit op een goede bureaustoel, met A. een verstelbaar zitvlak, waardoor B. een open heuphoek mogelijk is en met C. een verstelbare rugleuning. Het is een D. dynamisch systeem.  De letters illustreren elementen uit de tekst voorafgaand aan de afbeelding.

Werktafel

Minimumvereisten
  • Oppervlak dat niet (of zo weinig mogelijk) reflecteert.
  • Voldoende groot oppervlak.
  • Flexibele opstelling mogelijk van beeldscherm, toetsenbord, documenten en accessoires, zodat deze eenvoudig aangepast en verplaatst kunnen worden.
  • Stabiele en regelbare documentenhouder: om oncomfortabele hoofd- en oogbewegingen te beperken.
  • Voldoende ruimte om comfortabele houding mogelijk te maken.
Extra aanbevelingen
  • Verstelbaar in hoogte: sterk aan te bevelen indien gebruik ≥ 2 uur per dag (instelbereik: 65 cm - 130 cm).
  • Oppervlak: bij voorkeur een matte, lichte en neutrale kleur, maar geen wit (bv. lichtgrijs of lichtbruin).
  • Randen en hoeken: afgerond (vooral de voorste rand) om verhoogde druk op bepaalde delen van het lichaam te vermijden.
  • Voldoende diep en breed:
    • Diep: minimaal 80 cm
    • Breed: minimaal 120 cm, liefst 160 cm
  • Kabelgoot: om kabels netjes weg te werken.

Bij kort gebruik (< 2 uur per dag) is een zittafel voldoende. Bij langdurig beeldschermwerk (> 2 uur per dag) is het gebruik van een zit-statafel aan te raden, zodat men het zitten regelmatig kan afwisselen met staan.

Informeer je werknemers over goede houdingen

Als werkgever moet je je werknemers informeren over hoe ze zelf de fysieke belasting van hun werk kunnen beperken (Art. VIII Wet welzijn op het werk 2-4). Hieronder geven we alvast enkele tips voor je werknemers:

Basisprincipes bij langdurig zittend werken

Naast het optimaliseren van de werkomstandigheden (goede stoel, werktafel en hulpmiddelen), is het ook belangrijk om je werknemers in te lichten over hoe ze hun eigen positie kunnen optimaliseren:

  • Zorg voor een goede steunbasis voor de voeten: voeten moeten plat op de grond kunnen staan en er moet voldoende beenruimte zijn.
  • Plaats de stoel op een hoogte waarbij je heupen iets hoger komen dan je knieën (open heuphoek genoemd): zo blijft je rug beter in zijn natuurlijke houding.
  • Zorg ervoor dat je rugsteun goed past in de holte van je rug.
  • Hou je schouders ontspannen en hou je hoofd mooi rechtop.
  • Werk op een goede hoogte: je werkhoogte is even hoog als je ellebooghoogte (bij precisiewerk is je werkhoogte wat hoger).
  • Onderbreek het zitten ongeveer elke 30 minuten om even rond te wandelen of om stretchoefeningen te doen.

Beeldschermwerk

Optimaliseer je zithouding

  • Ga diep in je stoel zitten (tot tegen de rugleuning).
  • Stel de hoogte van je stoel goed in: zodat de heup iets hoger dan de knie komt (open heuphoek genoemd): zo blijft je rug beter in zijn natuurlijke houding.

    Een persoon zit in een goede bureaustoel. Een gele lijn geeft de holte aan de achterkant van de rug aan en een groene lijn het feit dat de heupen hoger zijn dan de knieën.

  • Stel de diepte van je zitvlak goed in: laat ongeveer vier vingers tussen stoel en achterkant van de knie. Dit voorkomt klemming en zorgt voor een goede ondersteuning van de benen.

    Een werknemer zit op een bureaustoel met wieltjes en armleuningen. De werknemer gebruikt zijn hand om de afstand tussen zijn knieën en de stoel te bepalen.

  • Stel je rugleuning goed in: de bolling van de stoel past perfect in de holte van je rug.     

    De foto focust op de rugleuning van de bureaustoel, de bolling past perfect in de holte van de rug van de werknemer.

  • Stel je armsteunen correct in: op ellebooghoogte en dicht bij je lichaam.

    Op deze afbeelding is te zien hoe de onderarmen van de werknemer rusten op de armsteunen. De handen zijn op het toetsenbord geplaatst. De armsteunen zijn correct ingesteld, waardoor de elleboog in een rechte hoek geplooid is.

  • Zet je stoel ‘los’ zodat je dynamisch kan zitten: pas de weerstand aan zodat de rugleuning (en eventueel ook het zitvlak) kunnen bewegen.

    Op deze afbeelding is een bureaustoel te zien die naar voren kantelt. De rugleuning volgt de beweging. De hoek tussen het boven- en onderlichaam van de werknemer blijft hetzelfde.Op deze afbeelding is een bureaustoel te zien die naar achter kantelt. De rugleuning volgt de beweging. De hoek tussen het boven- en onderlichaam van de werknemer blijft hetzelfde.

Stel je werktafel goed in

  • De werkhoogte, en dus de stand van de ellebogen, hangt af van het soort werk dat je doet. Je leest er meer over bij de rubriek ‘Werkhoogte’.
  • Bij een vaste tafel die te hoog staat, zet je je stoel best wat hoger en gebruik je een voetensteun. Staat de tafel te laag, gebruik dan tafelpootverhogers.

    Op deze afbeelding is te zien hoe een werknemer een tafel van hoogte kan veranderen door op een knopje te drukken. Een dubbele pijl geeft de beweging weer.

  • Bij een zit-stawerkplek wissel je best regelmatig af tussen zitten en staan. Beweeg ook regelmatig.

    Op deze afbeelding is een werkneemster in profiel te zien die neerzit in haar bureaustoel tegenover haar bureau. De arm vormt een rechte hoek. Het scherm is iets naar achteren gekanteld.Op deze afbeelding staat dezelfde werkneemster als op de vorige foto, in profiel. Nu staat ze recht voor haar bureau, een zit-statafel.

Zet je beeldscherm goed

  • Recht voor je

    De foto toont een arbeider die voor zijn scherm zit. De foto is van bovenaf genomen, achter de man. Het scherm is recht voor de man gepositioneerd.

  • De bovenrand op ooghoogte.

    De foto toont het profiel van een werkneemster die voor een scherm zit. Het scherm staat op een goede afstand en de bovenkant van het scherm is op de juiste hoogte ingesteld voor de ogen.

  • Lichtjes gekanteld (bovenrand naar achter).

    Op deze afbeelding is er ingezoomd op het scherm. Je ziet het scherm ook vanaf de zijkant. De bovenkant van het scherm is iets naar achteren gekanteld.

  • Afstand van de ogen op armlengte (pas indien nodig en mogelijk de grootte van de letters op het scherm aan).

    Op deze afbeelding is te zien hoe een werknemer, gezeten aan zijn bureau, zijn arm strekt voor zich uit om de ideale afstand te bepalen tussen zijn ogen en zijn beeldscherm.

Plaats toetsenbord en muis correct

  • Toetsenbord
    • Recht voor je.
    • Afstand tussen tafelrand en toetsenbord: zodat je polsen op de tafel rusten.
    • Een lichte helling mag, maar vermijd een strekking in je pols (waardoor er een knik in je pols ontstaat). In dat geval: klap de pootjes in.

    Op deze afbeelding is te zien hoe de onderarmen van een werknemer rusten op de armsteunen. De armsteunen zijn correct ingesteld, waardoor de elleboog in een rechte hoek geplooid is.

  • Muis: vlak naast het toetsenbord. Een muismat mag gebruikt worden, maar vermijd een muismat met polssteun.

    Deze foto toont een hand dat een muis gebruikt op een muismat. De foto is getrokken van bovenaf. De muismat ligt rechts van het toetsenbord.

  • Eventuele papieren documenten: tussen toetsenbord en scherm, op een documentenhouder.

    Op deze afbeelding is te zien hoe een werknemer haar documenten op een documenthouder legt die tussen het toetsenbord en haar computerscherm opgesteld staat.

Langdurig zitten doorbreken

Beweeg regelmatig. Probeer tijdens het werk voldoende recht te staan en/of te bewegen (indien mogelijk 2 uur per dag). Gezondheidsexperts adviseren om het zitten om de 30 minuten te doorbreken (Het Vlaams Instituut Gezond Leven). Enkele tips:

  • Neem de trap in plaats van de lift.
  • Plaats de printer of koffiehoek iets verder.
  • Gebruik een zit-statafel of een zit-sta hulpmiddel.
  • Sta recht tijdens kort overleg.

Doe regelmatig lichte en matige inspanningen doorheen de dag (bv. loop tot bij een collega in plaats van te telefoneren of te mailen, neem de trap in plaats van de lift, ga tijdens de middag even wandelen, …). Wil je nog beter doen, met nog meer gezondheidseffect? Dan zijn activiteiten aan een matige intensiteit (bv. zwemmen, fietsen, wandelen aan 5-6 km/u, in de tuin werken) aan te bevelen. En ook intensere sportactiviteiten zijn mogelijk. Maar laat je hierbij best begeleiden door een arts of een bewegingsexpert.

Ontdek welke impact werkbeleving kan hebben

Onderzoek toont aan dat werknemers die een hoge werkdruk en weinig autonomie ervaren, en op weinig steun van collega’s en leidinggevenden kunnen rekenen een hogere kans hebben om lichamelijke klachten te ontwikkelen. Psychosociale factoren spelen dus ook een rol in de ontwikkeling van lichamelijke klachten. Voor meer informatie, ga naar het thema Psychosociale risico's (PSR) op BeSWIC.

Wat kan je doen als werkgever?

Verlaag de werkdruk

Hoge werkdruk is een oorzaak van overspanning en stress, wat tot lichamelijke klachten kan leiden. Neem volgende stappen:

  • Pik de signalen vroegtijdig op. Let op vermoeidheid, te veel overwerk of deadlines die niet gehaald worden.
  • Geef je werknemers de ruimte om een goede planning op te stellen. Zorg dat ze prioriteiten bepalen en hun taken spreiden.
  • Geef je werknemers de ruimte om ‘neen’ te zeggen als ze het al druk hebben.
  • Denk niet te vlug: ‘dit is van voorbijgaande aard’ wanneer het werktempo hoog ligt.
  • Las na een drukke periode een rustige periode in.
  • Voeg voldoende pauzes in. Zo onderbreek je intensieve werkperiodes. Moedig iedereen aan om een middagpauze te nemen en geef zelf het goede voorbeeld.
  • Zorg voor afwisseling in het takenpakket. Dat maakt dat je werknemer kan kiezen tussen een veeleisende en een minder belastende taak.
  • Bevorder de samenwerking tussen collega’s. Zo staan ze er niet alleen voor en wordt de druk verdeeld.
  • Bespreek de werkdruk regelmatig tijdens overlegmomenten. Pols of je werknemer het werk nog aankan. Ga samen op zoek naar oplossingen.

Zorg dat collega’s hun werk zelf organiseren

Stress verlaagt wanneer werknemers hun eigen werk kunnen plannen, hun eigen opdrachten kunnen kiezen, hun manier van werken kunnen variëren, … Men noemt dit autonomie.

  • Pols of je werknemers nood hebben aan meer autonomie. Bespreek op welke momenten ze zelf beslissingen willen nemen en wanneer ze liever willen dat er van hogerhand beslist wordt. 

Verhoog de steun van collega’s en van leidinggevenden

  • Zorg voor een collegiale sfeer op het werk. Stimuleer bijvoorbeeld informele babbels op de werkvloer door samen te lunchen. Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Moedig je werknemers aan om elkaar te helpen en hulp te vragen indien nodig.
  • Zorg dat geschillen uitgesproken worden. Zo vermijd je conflictsituaties.
  • Zorg ervoor dat je werknemers zich gewaardeerd voelen door een compliment te geven wanneer ze goed werk geleverd hebben.

Hulp nodig?

In de eerste plaats kan je intern hulp vragen aan je medewerkers. Gesprekken met mensen van verschillende afdelingen / teams kunnen helpen om problemen aan het licht te brengen en om samen oplossingen te vinden, zodat de arbeidsomstandigheden verbeterd kunnen worden.

Verder zijn er verschillende tools gratis beschikbaar om u te helpen:

Publicaties

Publicaties op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg:

Filmpje

Filmpje van Napo op YouTube: Napo in... vertil je niet!

Websites  

Voor meer informatie of voor ondersteuning bij het uitvoeren van preventieve acties kan je terecht bij je externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg staat een overzicht van de erkende externe diensten.


Afbeeldingen

Copyright PREVENT voor de meerderheid van de afbeeldingen.